Meer dan 800 exposanten laten op de Industriële Week, van 5 tot en met 8 oktober in Jaarbeurs Utrecht, zien klaar te zijn voor de toekomst. Met hun oplossingen en diensten kunnen ze de industrie in de Benelux in de toekomst ondersteunen, ook en vooral als het om de thema’s gaat energie, milieu, partnership, innovatie en veiligheid. Niet voor niets heeft de Industriële Week 2010 als hoofdthema Fit for the Future, we know how!
Dat energie hoog op de agenda van de industrie zal blijven staan, lijdt geen twijfel. Dat biedt nieuwe kansen, meent Peter Koenekoop van Saia-Burgess, een van de exposanten van Industry & Automation. Hij merkt dat steeds meer klanten oplossingen zoeken om hun energieverbruik te kunnen meten om zo inzicht te krijgen in waar de grootste energieverslinders in hun proces zitten. “Vooral de CO2-discussie is een belangrijke drijfveer.”
Saia-Burgess lanceert op de beurs een energiemanager en een energielogger. De energiemanager biedt de mogelijkheid om zonder programmeerkennis of software engineering het energieverbruik inzichtelijk maken. Met de logger kunnen meetwaarden van maximaal 254 energiemeters worden uitgelezen en verwerkt. Het zijn plug and play oplossingen. Koenekoop denkt dat de komende jaren dit soort oplossingen geïntegreerd gaan worden in de producten. “Nu kun je je hiermee onderscheiden, straks wordt het standaard omdat de klant wil weten waar het verbruik zit.”
Milieu en operationele kosten
Noem energie en CO²-uitstoot en in één adem kan het thema milieu worden genoemd. Van vooral aandacht voor recycling via hernieuwbare grondstoffen is de aandacht binnen dit vlak nu opgeschoven in de richting van de carbon footprint, constateert Ron De Keersmaeker, directeur van Tetra Pak Processing Systems in de Benelux. Waterverbruik zal daar binnen niet al te lange tijd aan toegevoegd worden, verwacht hij. “Water wordt echt schaars.” Maar de echte drijfveer achter de aandacht voor milieu wordt volgens hem kostenbesparing. “Er bestaat een directe link tussen aandacht voor het milieu en kostenbesparingen.” Daarom gelooft hij niet dat de aandacht voor milieu een hype is die snel voorbij gaat.
“Ondanks de crisis hebben wij sterk ingezet op het thema milieu omdat we een lange termijn visie hebben”, gaat De Keersmaeker verder. Deze lange termijn visie is dat je - vanuit je visie op milieu - het energie- en waterverbruik met tientallen procenten kunt terugdringen, maar dat er ook een forse besparing mogelijk is door productieverliezen te reduceren. “Dat leidt tot minder afval én direct tot lagere operationele kosten.”
Modulair ontwerpen Op Industrial Processing laat de Beneluxvestiging van Tetra Pak zien hoe men met een modulaire aanpak consequent vanuit deze visie installaties ontwerpt en bouwt. Een voorbeeld noemt De Keersmaeker een machine voor een Nederlandse kaasfabrikant, die doorontwikkeld is en waarvoor men een heel nieuwe set-up heeft gemaakt, die het milieu spaart en de operationele kosten verlaagt. Men heeft ook een desktop exercise gemaakt om op een holistische manier naar bestaande fabrieken te kijken en van daaruit in te zoomen op de grootste energieverbruikers en vervuilers. “De uitdaging zal namelijk zijn de installed base te verbeteren. We moeten toe naar installaties die klaar zijn om steeds te innoveren.”
Energie dominante factor Energie zal zeker een dominante factor zijn in de verdere ontwikkeling van aandrijftechniek. Neem maar een thema als elektromobiliteit. ERIKS Aandrijftechniek, business unit Elmeq, pakt op de beurs Aandrijftechniek uit met de Superbus, een volledig nieuw openbaar vervoersconcept ontwikkeld door prof. Wubbo Ockels van de TU Delft. Op de beursvloer wordt een ruim 1,2 meter groot model van dit revolutionair vervoersconcept getoond. “De aandrijving voor het remsysteem dat we voor de Superbus hebben ontwikkeld, is technisch gezien niet eens zo heel erg spectaculair. We willen er vooral mee laten zien wat je kunt bereiken als je bereid bent samen te werken”, zegt Egbert Stremmelaar, business unit directeur van ERIKS Aandrijftechniek.
Samen met de klantPartnership is een van de andere thema’s binnen het Fit for the Future motto van de Industriële Week. Dat moet veel meer gebeuren, vindt Stremmelaar. Samen met de klant werken aan oplossingen voor diens klant. “Wij laten de Superbus zien omdat ik denk dat mobiliteit een speerpunt in de toekomst wordt. Als toeleverancier moeten we in die wereld duiken om deze te snappen. We moeten niet blijven hangen in het leveren van componenten. Nee, we moeten denken als de klant van onze klant, daarmee kunnen we meerwaarde bieden.”
Zo heeft ERIKS Aandrijftechniek ook meegewerkt aan een onderwaterscooter voor duikers, die de helft lichter is dan de bestaande scooters en met één hand te bedienen is. En heeft men een dedicated aandrijving ontwikkeld voor een bewegende en van kleur veranderende designlamp. “Door samen te werken, kunnen we veel meer bereiken dan wanneer we elk afzonderlijk ons kunstje doen.”
Partnership elke dag Voor twee exposanten op Macropak gaat samenwerking heel ver: EVC en Logitrade delen niet alleen één stand, ze laten de bezoekers ook een gezamenlijk gebouwde opstelling zien van rollenbaan, ergonomische inpaktafel, afvoerlijn en palletwikkelmachine. “In de praktijk werken wij veel samen. Waarom dan niet op de beurs”, zegt Pieter Mäkel van logitrade logistics systems, leverancier van onder andere rollenbanen en heftafels.
“Wij verkopen oplossingen, waarin de mens altijd centraal staat. EVC is fabrikant van ergonomisch verantwoorde inpaktafels en werkplekken, maar als je een magazijn automatiseert, heb je daar ook (aangedreven of zwaartekracht) rollenbanen voor nodig. Het is niet zinvol de kennis zelf in huis te halen. Je hebt meer aan een goede partner die expertise en innovatie in zijn product stopt dan zelf te gaan ontwikkelen.”
Eén aanspreekpunt Dat vindt ook John van Haarlem van EVC. De twee bedrijven werken al een jaar of acht samen. “Als wij de werkzaamheden in een magazijn optimaliseren met de werkplekinrichting, dan mag je het orderpick-traject niet vergeten. Hiervoor hebben we kennis nodig en die vullen we samen in. Klanten zijn het meest gebaat bij onze samenwerking.” De klant die een complete oplossing wil, krijgt één aanspreekpunt. Dat is noodzakelijk voor een werkend concept. Gezamenlijk maken ze een aanbieding voor de klant. Maar het partnership reikt ook zover dat er in de service gezamenlijk opgetrokken wordt. Als de rollenbanen, heftafels of goederenliften specialistisch onderhoud nodig hebben, regelt EVC de specialisten van Logitrade, of omgekeerd. Zo’n intensieve samenwerking vereist een groot onderling vertrouwen, meent Pieter Mäkel. “Vertrouwen in elkaar staat bovenaan. In overleg met de klant maken we afspraken over service en onderhoud.”
Samen innoverenDe twee bedrijven ondersteunen elkaar ook in de ontwikkeling van nieuwe producten en concepten. Juist hier kan eenieder vanuit zijn eigen expertise waarde voor de ander toevoegen. “Logitrade betrekt ons bij hun innovatie”, zegt John van Haarlem van EVC. Logitrade op haar beurt denkt weer mee met haar eigen leveranciers. Zo heeft men een fabrikant van een handen- en hoofdvrije barcodescanner geholpen diens product te verbeteren. Ook de software voor hun batchpick kar van een andere Duitse fabrikant is mede op aanraden van de Nederlandse distributeur verbeterd. Pieter Mäkel: “Wij hebben deze efficiënter gemaakt en voor een deel herschreven doordat we logistiek georiënteerd zijn en niet product georiënteerd. Ons vertrekpunt is altijd: ‘De mens centraal’.”
De bezoeker van Macropak zal op de gezamenlijke stand niet zien welk deel van de ene en welk deel van de andere partij afkomstig is. “Onze producten lopen door elkaar heen, wat de bezoeker ziet is een werkbare oplossing. Als daar interesse voor bestaat, komt het gesprek vanzelf wel”, aldus Mäkel.
Nieuwe markten ontginnen De toekomst is aan bedrijven die op de juiste manier innoveren. Door te innoveren, kun je namelijk nieuwe markten ontginnen, zegt Paul Ribus, general manager van FANUC Robotics Benelux. De robotleverancier toont op Industry & Automation / Macropak de nieuwe deltarobot, een 6-assige high speed robot voor pick and place en assemblage toepassingen. “We zijn niet de eerste met een deltarobot”, aldus Ribus, “maar we zijn wel de eerste met een deltarobot met zes assen, waardoor deze robot in veel meer markten toegepast kan worden.”
Bijvoorbeeld in de assemblage van kleine producten, waarvoor de zesde as onontbeerlijk is. Zo zoekt de robotfabrikant voortdurend naar mogelijkheden om extra waarde aan de robots toe te voegen, bijvoorbeeld de geïntegreerde aansluiting voor een visionsysteem op de robotbesturing, waardoor je kunt volstaan met goedkopere grijpers aan aanvoersystemen, omdat de robot plots ogen heeft gekregen.
Paul Ribus verwacht dat meer intelligentie en nog meer flexibiliteit twee sleutelbegrippen zullen zijn in de toekomstige ontwikkeling van de robot. “Hierdoor komen we met de robot op heel nieuwe markten, bijvoorbeeld tuinbouw, waar geen robots werden gebruikt omdat de technologie het niet toeliet. Er zijn nog voldoende markten waar we pas aan het begin staan van industriële automatisering”, besluit Ribus.
Terug naar vorige pagina