IJzerpoeder heeft een eigenschap die goed past bij energieopslag. Wanneer het wordt verbrand, komt er warmte vrij. Dat gebeurt doordat ijzer reageert met zuurstof en verandert in ijzeroxide, oftewel roest. Tijdens dat proces komt energie vrij zonder uitstoot van CO2. Dat maakt het anders dan fossiele brandstoffen. Wat overblijft is een fijn poeder dat opnieuw gebruikt kan worden. Met behulp van elektriciteit uit bijvoorbeeld zon of wind kan die roest weer worden omgezet naar ijzerpoeder. Zo ontstaat een kringloop waarin hetzelfde materiaal steeds opnieuw wordt ingezet. Je kunt het vergelijken met een batterij, maar dan zonder vloeistoffen of ingewikkelde chemie, en vooral geschikt voor het opslaan van warmte in plaats van alleen elektriciteit.
De ontwikkeling van deze techniek gebeurt voor een groot deel in Zuid Nederland. Rond Eindhoven en Helmond werken onderzoekers en bedrijven samen om het concept praktisch toepasbaar te maken. Wat begon als een onderzoek aan de Technische Universiteit Eindhoven is inmiddels doorontwikkeld naar werkende installaties. In Lieshout werd een van de eerste toepassingen zichtbaar, waar ijzerpoeder werd ingezet om warmte te leveren in een industriële omgeving. Dat soort projecten laat zien dat het niet alleen bij testen in een laboratorium blijft. Ondertussen wordt er verder gewerkt aan grotere installaties die bijvoorbeeld hele woonwijken van warmte kunnen voorzien. De regio fungeert daarmee als een soort proeftuin waar theorie en praktijk samenkomen.
In Zuid Nederland speelt ook Metalot een rol in de ontwikkeling van ijzerpoeder. Deze stichting brengt onderzoekers, industrie en overheden samen om de hele keten op te bouwen. Dat gaat van het verbranden van ijzerpoeder tot het opnieuw maken van ijzer uit roest met duurzame energie.
In Budel werkt Metalot aan een testomgeving waar die stappen samenkomen. Daar wordt gekeken hoe ijzerpoeder praktisch ingezet kan worden, bijvoorbeeld voor warmte in de industrie. Door die samenwerking ontstaat sneller inzicht in hoe deze techniek in de regio toegepast kan worden.
Een terugkerend probleem bij duurzame energie is dat vraag en aanbod niet altijd op elkaar aansluiten. Op momenten met veel zon of wind ontstaat er een overschot, terwijl er op andere momenten juist een tekort is. IJzerpoeder kan helpen om dat verschil op te vangen. Wanneer er veel duurzame energie beschikbaar is, kan die gebruikt worden om roest weer om te zetten naar ijzer. Dat ijzerpoeder sla je vervolgens op totdat er vraag is naar energie. Op dat moment wordt het weer verbrand en komt de opgeslagen energie vrij in de vorm van warmte. Daardoor ontstaat er meer flexibiliteit in het energiesysteem. Je bent minder afhankelijk van het moment waarop energie wordt opgewekt en kunt beter inspelen op wanneer die nodig is.
Een voordeel van ijzerpoeder zit in de manier waarop je het kunt vervoeren en opslaan. In tegenstelling tot elektriciteit heb je geen kabels nodig, en vergeleken met waterstof zijn de eisen voor opslag minder complex. IJzerpoeder kan worden vervoerd met bestaande middelen zoals vrachtwagens of schepen. Dat maakt het mogelijk om energie te verplaatsen van de plek waar het wordt opgewekt naar de plek waar het wordt gebruikt. In de praktijk betekent dit dat roest verzameld kan worden, elders weer wordt omgezet naar ijzerpoeder en daarna opnieuw wordt ingezet als brandstof. Voor regio’s waar het elektriciteitsnet vol raakt, zoals delen van Zuid Nederland, biedt dat een extra route om energie toch beschikbaar te maken zonder direct afhankelijk te zijn van netuitbreiding.
Vooral in de industrie kan ijzerpoeder een rol spelen. Veel industriële processen vragen om hoge temperaturen en een constante toevoer van energie. Dat is lastig volledig te realiseren met alleen elektriciteit, zeker wanneer die niet altijd beschikbaar is. IJzerpoeder kan hier dienen als stabiele bron van warmte. Omdat de verbranding vergelijkbaar is met bestaande processen, kunnen installaties die nu op fossiele brandstoffen draaien in sommige gevallen worden aangepast. Dat verlaagt de drempel om over te stappen. Tegelijkertijd biedt het een manier om duurzame energie indirect te gebruiken in processen die moeilijk te elektrificeren zijn. Je gebruikt dan eerst elektriciteit om ijzer te maken, en later het ijzer om warmte op te wekken wanneer dat nodig is.
De techniek is in ontwikkeling en er zijn nog punten die verder uitgewerkt moeten worden. Het omzetten van roest terug naar ijzer kost energie, en die moet afkomstig zijn van duurzame bronnen om het systeem echt schoon te houden. Daarnaast speelt schaal een rol. Kleine toepassingen laten zien dat het werkt, maar grootschalig gebruik vraagt om een goed georganiseerde logistiek en voldoende infrastructuur. Denk aan transport, opslag en installaties die het proces ondersteunen. In Zuid Nederland wordt daar stap voor stap aan gewerkt, met projecten die steeds dichter bij praktische toepassing komen. Daarmee ontstaat langzaam een beeld van hoe ijzerpoeder kan passen binnen een breder energiesysteem, naast andere oplossingen die al in ontwikkeling zijn.
Terug