De supermarktbranche heeft afgesproken dat in 2025 twintig procent minder verpakkingsmateriaal in de schappen ligt. Tegelijkertijd moet 95 procent daarvan recyclebaar zijn. Voor plastic geldt dat ten minste de helft uit gerecycled materiaal bestaat, en papier en karton moeten geheel gecertificeerd zijn. Dat zijn geen marketingbeloftes, maar afspraken tussen CBL en aangesloten winkels. Het is opvallend dat deze doelen niet ver in de toekomst liggen, maar al bijna binnen handbereik zijn.
Albert Heijn haalde een stevige mijlpaal. De keten verlaagde 6 miljoen kilo verpakkingsmateriaal in 2023. Daarmee bereikten ze hun doel voor 2025, twee jaar eerder dan verwacht: 20 miljoen kilo minder verpakkingsmateriaal ten opzichte van 2018. Hoe dat lukte? Door verpakkingen te minimaliseren, gerecycled materiaal te gebruiken, en over te stappen op biogrondstoffen. Ze experimenteerden met enveloppe-verpakkingen voor kaas en herbruikbare kratten in plaats van kartonnen dozen. Ook komen er ovale yoghurtverpakkingen die elektrisch efficiënter zijn én comfortabeler in je koelkast passen.
Bij Verstegen gebeurde iets soortgelijks, maar dan met glas. Sinds januari 2025 gebruiken ze minder dik glas voor hun iconische strooiers. Daardoor sparen ze jaarlijks 270.000 kilo glas uit en reduceren ze de CO₂-uitstoot met 313 ton. Dit past in hun ambitie om de CO₂-impact van hun verpakkingsassortiment tegen 2035 met 90 procent te verminderen ten opzichte van 2022.
Er is ook een meer experimentele kant. Vanuit de creatieve hoek duikt een nieuw materiaal op: Bio-Peel. Ontwikkeld in Londen uit sinaasappelschillen, biopolymeren en plantaardige glycerine, met als doel afval uit de sapindustrie een tweede leven te geven. Het materiaal is vormbaar en biologisch afbreekbaar. Of het straks in je supermarkt ligt? Nog niet, maar het laat zien dat verpakkingsmateriaal niet alleen traditioneel papier, plastic of glas hoeft te zijn.
Een andere innovatie komt uit Duitsland. Lidl en Kaufland introduceren verpakkingen van ‘Silphie-papier’, gemaakt van de vezels van de energieplant Silphie. Die plant groeit dicht bij huis, vraagt weinig water, bevat geen chemische verwerking en slaat CO₂ op in de bodem. Het papier is robuust en regionaal geproduceerd. Nu is het beschikbaar voor bio-cress, later volgen meer groente- en fruitsoorten.
Deze ontwikkelingen laten zien dat het motto “verpakkingsmateriaal is maar iets om te minimaliseren” niet meer genoeg is. Bedrijven denken verder: hergebruik, lokaal materiaal, gewichtsbesparing, nieuwe vormen.
Daar komt bij dat consumenten niet onverschillig zijn. Uit onderzoek onder Nederlanders blijkt dat 55 procent recyclebaarheid het belangrijkst vindt bij verpakkingen. Ruim een derde vindt dat verpakkingen van gerecycled materiaal mogen zijn. En wie draagt straks de verantwoordelijkheid? Consumenten wijzen vooral producenten aan, gevolgd door supermarkten en overheid.
Daarnaast geldt dat regelgeving steeds strenger wordt. Europese richtlijnen (PPWR) zetten de toon: vanaf 2030 moet elk verpakkingselement herbruikbaar of volledig recyclable zijn. Daarbij komt slimme technologie, zoals QR-codes of RFID, die je informatie over product of herkomst geven en de logistiek verbeteren.
Je merkt dat verpakkingsmateriaal vaker onder de loep ligt. Niet omdat er een marketingcampagne is, maar omdat er doelen zijn, mensen aan tafel zitten en technologie mogelijkheden biedt. Minder, lichter, lokaal, hergebruikt, of gewoon anders.
Het blijft onopvallend, maar krachtig. Verpakkingsmateriaal is de stille motor achter minder afval, bewustere keuzes en meer transparantie. Je hoeft het niet te voelen, maar het raakt je elke keer dat je iets in handen pakt.
Met verpakkingsmateriaal verandert iets langzaams, laagjes die je nauwelijks merkt. Maar samen maken die lagen een verschil.
Terug